Molly, beroep: Co-Trainer
In een lokaal zitten 6 mensen in een kring. Ze houden hun handen op schoot en kijken voor zich uit. Er loopt een bruine hond tussen hen door. De hond probeert oogcontact te maken, snuffelt aan benen en af en toe duwt ze met haar neus tegen een hand. Niemand reageert. Tot opeens: “Molly, hier!” Molly reageert gelijk en gaat voor de persoon zitten die haar geroepen heeft. Ze hoort “Braaf Molly” en krijgt een brokje. Degene die haar geroepen heeft, glimt van trots. Het is gelukt!
Molly is co-trainer. Zij ondersteunt haar bazin Fleur bij het geven van trainingen. Fleur is hondengedragsadviseur en traint adviseurs in opleiding, maar assisteert ook bij trainingen in de Jeugdhulpverlening en Gezondheidszorg.
Molly is een kruising ChowChow van 9 jaar. Zij woont sinds 2 jaar bij Fleur. Toen Fleur Molly in het asiel zag, was het liefde op het eerste gezicht. Molly had geen leuke achtergrond, maar leek het vertrouwen in de wereld niet te hebben verloren. Integendeel: Molly bleek een leuke, stabiele hond te zijn, die graag wilde werken. Voor haar bazin, maar ook voor vreemden. Molly bleek een perfecte co-trainer.
In trainingen over gedragsleer en omgang met honden wordt Molly ingezet als “oefenhond”, vaak samen met één of twee collega honden. Deelnemers kijken naar het gedrag van Molly, doen oefeningen met haar en leren zo op een heel directe manier over hondengedrag. Door om te gaan met een hond als Molly, leren zij automatisch ook over hun eigen gedrag. Want waarom luistert Molly wel naar een medecursist als die haar zachtjes roept en lijkt ze mij niet te horen. Wat moet ik doen om dat ook voor elkaar te krijgen?
In de Jeugdhulpverlening of Gezondheidszorg wordt Molly ingezet als onderdeel van een therapie. Juist mensen of kinderen die niet willen of kunnen praten over hun problematiek, maken enorme stappen vooruit zodra zij met een hond gaan werken. De trainer kent de achtergrond van de cliënt, weet waar hij op moet letten en weet wat het leerdoel is van de cliënt. Vervolgens gaat de cliënt trainen met Molly. Over zijn problematiek wordt niet gesproken. De cliënt leert de lichaamstaal van honden kennen en leert deze zelf ook toe te passen. Hij doet appèl oefeningen, leert hoe hij Molly aan zich kan binden en hoe hij haar moet verzorgen. Door deze werkwijze leert de cliënt al doende nieuwe vaardigheden. Hij leert om op verschillende manieren te communiceren, leert zich open te stellen en hij leert contact te maken. De resultaten zijn verbluffend!
Als ik vraag aan Fleur om Molly te omschrijven, komt er als eerste een glimlach om Fleur haar mond. “Tja, Molly.. Ze is mooi en lief, ze weet iedereen voor zich in te nemen. Ze is stoer, eerlijk en kan heel goed met andere honden overweg. Ze gaat haar eigen gang, maar houdt mij wel constant in de gaten. Ze is heel trouw en op mij gericht en toch ook heel open naar vreemden. Ze werkt graag en is dol op kinderen. Laatst heeft ze gewerkt met een autistisch meisje. Dat meisje wilde niet praten en maakte slecht contact. Molly kreeg het meisje zover dat zij haar ging aaien. Na een tijdje begon het meisje te praten tegen Molly en thuis vertelde ze opeens hele verhalen over wat ze met Molly had meegemaakt. Als je dat proces volgt en je ziet wat Molly allemaal uit de kast haalt om dat meisje te bereiken. Dat is echt prachtig! “
Ik kan me voorstellen dat niet iedere hond geschikt is om dit werk te doen. Ik vraag aan Fleur wat een hond aan kwaliteiten moet hebben.” Voor alle honden geldt dat zij een allemansvriend moeten zijn, maar wel één met een gezonde dosis eigengereidheid. Ze moeten commando’s goed opvolgen en bereid zijn naar vreemden te luisteren.” Fleur geeft aan dat er niet één type hond geschikt is voor alle situaties. Voor cliënten met bijvoorbeeld agressieproblemen heb je een hond nodig met een stevig karakter, eentje die niet snel van slag is. Bij bange cliënten is het fijn een wat meegaande hond in te zetten.
De hond is aan het werk, maar wat is dan de rol van de baas? Fleur: “Als baas draag je zorg voor de veiligheid van de cliënten maar zeker ook van de hond. Je hebt kennis van de doelgroep en je weet wat eventuele risico’s zijn.” De cliënten worden vooraf duidelijk geïnstrueerd en de meeste lessen beginnen met “droogoefenen”, dit bestaat uit het doorlopen van de oefeningen zonder dat de hond wordt ingezet. De trainer (vaak de baas van de hond) bootst hondengedrag na en kan daarmee al ingaan op het gedrag van de cliënten. Zodra de hond aan het werk gaat, zorgt de baas voor rust in de training, let scherp op stresssignalen bij zowel hond als cliënten, last op tijd pauzes in en geeft de cliënten feedback op hun handelen.
Dit klinkt best pittig. Vinden honden het eigenlijk wel leuk om te doen? Fleur is daar duidelijk over. “Honden worden niet zomaar co-trainer, zij worden getest en als blijkt dat ze geschikt zijn, krijgen ze een intensieve training. Pas dan gaan ze aan het werk. Het plezier van de hond staat voorop. Als de hond er geen plezier meer aan beleeft, wordt hij niet meer ingezet.
Molly is helemaal gelukkig als zij haar “werkriem” om krijgt, dat is hèt teken dat zij aan de slag mag. Als het zo uitkomt dat een collega hond wordt ingezet en zij alleen maar mag toekijken, is ze niet blij. Dan is ze onrustig en trekt ze de hele tijd aan de riem. Molly wil dolgraag werken!”
Wil je meer weten over de hond als co-trainer?
Bel of mail Hond InZicht. Contact
Reageren?
Reageren?



